Recentelijk heeft het Tuchtcollege in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over fokken met rashonden waarbij de screening aangaf dat deze elleboogdysplasie (ED) toonden. In deze zaak ging het om een fokker die honden had ingezet, waarbij de uitslagen van de screeningsonderzoeken aantoonden dat er sprake was van elleboogdysplasie (EDII).
Het Tuchtcollege in hoger beroep heeft bepaald dat het inzetten van honden met de screeningsuitslagen EDII en EDIII, zelfs als dit wordt toegelaten in het VereningsFokreglement (VFR), in strijd is met artikel VI.3 lid 3 Kynologisch Reglement (en artikel 2:6 Wet Dieren). Het tuchtrechtelijke verbod uit artikel VI.3 lid 3 KR luidt als volgt:
Het is verboden honden voor de fokkerij in te zetten die aantoonbaar lijden aan een of meer aandoeningen die de gezondheid en het welzijn van de hond of zijn nakomelingen ernstig in gevaar kunnen brengen.
Screeningsuitslagen van EDII en EDIII zijn voor het Tuchtcollege dus aandoeningen waarmee niet gefokt mag worden.
Klik hier voor de betreffende uitspraak van het Tuchtcollege